Weetjes

Het verschil tussen blond, dubbel, tripel en quadrupel.

Kruisjes op de biervaten.
De drie kruisjes op de biervaten stonden er historisch gezien om de sterkte en het alcoholgehalte van het bier aan te duiden.
In de middeleeuwen, toen deze bieren in kloosters door monniken werden gebrouwen, konden veel arbeiders en dragers nog niet lezen of schrijven. Om toch in één oogopslag duidelijk te maken welk bier er in een houten vat zat, markeerden de monniken de vaten met kruisen (vaak met krijt of hars):
X (Eén kruis): Voor het lichte tafelbier (Enkel), bedoeld voor dagelijks gebruik en de monniken zelf.
XX (Twee kruisjes): Voor het iets zwaardere, donkere bier (Dubbel).
XXX (Drie kruisjes): Voor het allersterkste bier met de meeste mout en het hoogste
alcoholpercentage: de Tripel.

De drie kruisjes waren dus een eenvoudige, visuele kwaliteitstool om te zorgen dat de zware, waardevolle bieren niet per ongeluk werden verwisseld met het lichte drinkwaterbier. 

Ingrediënten én de geschiedenis van de iconische Westmalle Tripel.

Het verschil in ingrediënten: Dubbel vs. Tripel.
Hoewel de namen ‘Dubbel’ en ‘Tripel’ doen vermoeden dat er simpelweg twee of drie keer zoveel ingrediënten worden gebruikt, zit het verschil vooral in het type mout en de toegevoegde suikers.

De Mout (Kleur en Smaak):
– Dubbel: Wordt gebrouwen met donkere, gebrande mouten. Dit geeft het bier zijn typische robijnrode tot donkerbruine kleur en smaken van karamel, chocolade en gedroogd fruit.
– Tripel: Wordt gebrouwen met zeer lichte moutsoorten, zoals pilsmout. Hierdoor blijft het bier goudgeel of blond van kleur, ondanks dat er heel veel mout wordt gebruikt voor een hoog alcoholpercentage.
De Suiker (Alcohol en Body):
Bij een Tripel voegen brouwers vaak kristalsuiker of kandijsuiker toe tijdens het kookproces. De gist zet deze suikers volledig om in alcohol en koolzuur. Dit zorgt ervoor dat het bier een hoog alcoholpercentage krijgt (vaak tussen de 8% en 10%), maar toch verrassend droog, doordrinkbaar en niet te stroperig (“zwaar op de maag”) blijft.

Hoe Westmalle de Tripel op de kaart zette.
Hoewel monniken al eeuwenlang sterke bieren brouwden, is de Tripel zoals we die nu kennen relatief modern. We hebben deze stijl te danken aan de Abdij van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart in Westmalle.

– 1934: De monniken van Westmalle brouwen een nieuw, krachtig blond bier ter gelegenheid van de opening van hun nieuwe brouwhuis. Dit bier heette toen nog Superbier.
– 1956 (De perfectie): De legendarische Westmalle-brouwer Frater Thomas past het recept aan. Hij voegt extra hop en suiker toe. Vanaf dat moment krijgt het bier officieel de naam Westmalle Tripel.

Het succes van dit bier was zo gigantisch dat tientallen andere brouwerijen de stijl, de goudblonde kleur en de naam ‘Tripel’ gingen kopiëren. Westmalle Tripel geldt wereldwijd nog altijd als de absolute moeder aller tripels en de blauwdruk voor de bierstijl.

Waarom een Tripel zo mooi schuimt.
Het indrukwekkende, romige schuim van een Tripel is geen toevalstreffer, maar het resultaat van een slim brouwproces en het juiste glasontwerp.
– Hergisting op de fles: Een traditionele Tripel krijgt bij het bottelen een extra dosis suiker en gist mee in de fles. Dit zorgt voor een actieve hergisting. Hierbij ontstaat veel extra koolzuurgas (koolzuurbelletjes), wat de basis is voor een stevige schuimkraag.
– De eiwitten: Omdat er voor een Tripel enorm veel mout wordt gebruikt, zitten er ook erg veel natuurlijke eiwitten in het bier. Deze eiwitten vormen de “lijm” die de koolzuurbelletjes vasthoudt, waardoor de schuimkop heel lang blijft staan.

Het perfecte glas: De Kelk (Trappistenglas).
Een Tripel hoort thuis in een breed, tulp- of kelkvormig glas. Dit heeft belangrijke functies:
– Geurvrijgave: Door de brede opening kunnen de complexe, fruitige en kruidige aroma’s (van de gist en de hop) optimaal ontsnappen.
– Schuimstabiliteit: Het glas loopt onderin vaak taps toe, wat helpt om de koolzuurbelletjes gelijkmatig naar boven te stuwen.
– Mousseerpunt: Veel van deze glazen hebben onderin een krasje of een ingeperst logo (het mousseerpunt). Dit ruwe oppervlak zorgt ervoor dat er constant een stroompje fijne koolzuurbelletjes naar boven blijft stijgen, waardoor de schuimkraag telkens wordt “gevoed”.

De Quadrupel.

Een Quadrupel is de absolute koning van de traditionele abdijbieren. Waar de Tripel goudblond en droog is, is de Quadrupel de allerzwaarste, donkerste en meest complexe bierstijl in deze reeks. Historisch gezien zou dit bier met vier kruisjes (XXXX) op het vat zijn gemarkeerd.

De smaak en ingrediënten van een Quadrupel.
Een Quadrupel is een echte ‘genietersbier’ voor de koude avonden. Het heeft een hoog alcoholpercentage, meestal tussen de 10% en 14%.

– De Kleur: Diep donkerbruin tot bijna robijnrood.
– De Smaak: Zeer volmondig, moutig en zoet. Je proeft complexe tonen van donker gedroogd fruit(zoals rozijnen, pruimen en vijgen), karamel, bruine suiker en soms een vleugje chocolade of drop.
– De Ingrediënten: Brouwers gebruiken een enorme hoeveelheid donkergebrande mout om de diepe kleur en body te krijgen. Daarnaast wordt er vaak donkere vloeibare kandijstroop toegevoegd. Dit geeft niet alleen extra smaak, maar zorgt ook voor de broodnodige suikers die de gist omzet in het hoge alcoholpercentage.

De geschiedenis: De uitvinding door La Trappe.
Waar de Tripel zijn wieg heeft staan in België (Westmalle), is de Quadrupel een Nederlandse uitvinding.
De stijl werd in 1991 bedacht door de brouwmonniken van de Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven in Berkel-Enschot (brouwerij La Trappe). Zij brachten toen een extra zwaar, donker winterbier uit en noemden het simpelweg La Trappe Quadrupel. Het bier was zo succesvol dat het uitgroeide van een productnaam tot een compleet nieuwe, wereldwijd erkende bierstijl.

Waarom kun je een quadrupel 10-tallen jaren bewaren.
Het geheim achter het succesvol rijpen van een Quadrupel zit in de chemische samenstelling van het bier. Waar gewone pilsjes na een paar maanden muf worden, ondergaat een Quadrupel in een donkere kelder een transformatie die vergelijkbaar is met die van een goede portwijn of rode wijn.
Sommige bieren, zoals de Rochefort 10 of Hertog Jan Grand Prestige, kunnen na 10, 20 of zelfs 30 jaar nog fantastisch smaken. Dit komt door de volgende vier factoren:

Hergisting op de fles (Levend bier).
De belangrijkste reden is dat een traditionele Quadrupel ongefilterd en ongepasteuriseerd wordt gebotteld. Er zit nog actieve gist in de fles.
– De gist blijft heel langzaam doorwerken en verbruikt de allerlaatste restjes zuurstof die in de fles zitten.
– Omdat zuurstof de grootste vijand van bier is (het maakt bier muf), beschermt de levende gist het bier tegen vroegtijdige veroudering.

Het hoge alcoholpercentage.
Alcohol werkt als een natuurlijk conserveringsmiddel. Met een alcoholpercentage van vaak tussen de 10% en 14% is de leefomgeving in een fles Quadrupel extreem vijandig voor bacteriën en andere micro-organismen. Het bier kan hierdoor simpelweg niet bederven of zuur worden, zolang de fles goed dicht blijft.

De complexe mouten en suikers.
Voor een Quadrupel worden enorme hoeveelheden donkere, gebrande mouten en kandijsuikers gebruikt. Dit zorgt voor een hoge concentratie aan complexe suikers en smaakstoffen. Tijdens de jaren in de kelder vallen deze zware moleculen heel langzaam uit elkaar (een proces dat gecontroleerde oxidatie heet). Hierdoor verdwijnen de scherpe alcoholrandjes en ontstaan er compleet nieuwe, zachte smaken.

Hop is hier minder belangrijk.
Bij een IPA of een blond bier draait alles om de frisse, vluchtige aroma’s van hop. Die aroma’s vervliegen al na een paar maanden. Een Quadrupel hoeft het niet te hebben van frisse hop, maar leunt volledig op de mout en de gist. Het verlies van hopbitterheid is bij dit bier juist een voordeel, omdat het bier er zachter door wordt.

Wat gebeurt er met de smaak na jaren in de kelder?
Als je een Quadrupel 10 jaar bewaart, smaakt hij totaal anders dan een verse variant:
– Het koolzuur neemt af: De bubbels worden veel fijner en zachter, waardoor het bier een romig, bijna fluweelachtig mondgevoel krijgt.
– Nieuwe smaken ontstaan: De smaak verschuift van zoete karamel naar complexe tonen van port, sherry, Madeira-wijn, leer, tabak en pure chocolade.

Tip voor de kelder: Bewaar de flessen altijd rechtop, op een constante, koele temperatuur (tussen de 10°C en 15°C) en volledig in het donker. Door ze rechtop te bewaren, zakt het gistdepot netjes naar de bodem en tast het de smaak niet negatief aan.